Een ongeluk in een klein hoekje… Ook thuis!

De meeste valincidenten onder ouderen doen zich voor in of rondom de woning of op straat. Van de thuiswonende 65-plussers valt 30% minstens 1x per jaar. Onder de thuiswonende 80-plussers is dit zelfs 50%. Dat zijn enorm veel ouderen die serieus risico lopen op ernstige problemen. Waar de ene oudere er zonder kleerscheuren vanaf komt, moet de ander naar de SEH voor ernstig letsel zoals bijvoorbeeld een heupfractuur of hoofd-hersenletsel. Over het algemeen is het bekend dat ouderen meer vallen, maar gebeurt dit zomaar? Nee, zeker niet. Voorafgaand aan een val zijn vaak al risico’s te herkennen. Als zorgprofessional kan je een rol spelen bij het signaleren en het verkleinen van het valrisico bij ouderen. Maar.. hoe ziet dat er uit en hoe voorkom je dat iemand valt?  

Casuïstiek
Een specialist ouderen geneeskunde benaderde ons als paramedische team met het bericht dat dhr. B., 82 jaar, gediagnosticeerd met dementie en artrose in o.a. knieën en heupen, regelmatig valt in huis. Dit varieert van een tot meerdere keren per week. Dhr. mobiliseert zowel binnen- als buitenshuis met rollator. Echter komt dhr. de laatste maanden nauwelijks buiten, omdat echtgenote angstig is dat hij valt. Door de dementie bij dhr. is inzicht beperkt en ziet dhr. niet de mogelijke gevolgen van vallen. Zijn echtgenote daarentegen ziet de valincidenten toenemen en is bang dat het fout gaat en ziekenhuisopname een keer noodzakelijk is

Tekstvak: Figuur 1: woonkamer dhr. en mw. B.
Fig 1: Huiskamer van dhr en mevr B. (Dit is een fictieve foto)

Vraaginventarisatie en analyse
De valrisico test bestaat uit de vragen: ‘Bent u de afgelopen 12 maanden gevallen? en ‘Heeft u moeite met bewegen, lopen of balans houden?’. Beide worden door dhr. B. met ‘ja’ beantwoord. De valanamnese, valanalyse en de FES-I kunnen worden gebruikt om te onderzoeken welke factoren het verhoogde valrisico veroorzaken.  Middels observatie instrumenten zoals HAP of HOME-FAST kunnen omgevingsfactoren in kaart worden gebracht (Ergotherapierichtlijn valpreventie, 2016). Zie foto voor de woonkamer van dhr. en mw. B. Opvallend is de kleine woonkamer van plusminus 16 vierkante meter vol meubels, een vloerkleed en de beperkte ruimte om te mobiliseren met rollator. Bij het gaan zitten of gaan staan maakt dhr. gebruik van de armleuningen van de stoel en stapt enkele passen zonder hulpmiddel om vervolgens de rollator te kunnen vastpakken. Dit omdat er geen ruimte is voor het plaatsen van de rollator naast de stoel of bank. Dhr. blijkt voornamelijk te vallen bij het oppakken van de post, gehaast opstaan voor toiletgang of bij het horen van deurbel of telefoon.

fig 2: postopvanger

Effectieve interventies voor mensen met cognitieve problemen
Aangezien dhr. is gediagnosticeerd met dementie wordt de nadruk gelegd op omgevingsaanpassingen en het adviseren van de mantelzorger en minder op gedragsverandering bij dhr. B.. Om het valrisico te beperken wordt daarom geadviseerd om een postopvanger aan te schaffen, het vloerkleed te verwijderen, meubels te verplaatsen en/of te verwijderen om vrije loop ruimte te creëren en een plek om de rollator te positioneren. Echtgenote komt zelf met het idee om de tafel te verwijderen, omdat deze niet meer wordt gebruikt. De spullen op de grond achter de bank worden opgeruimd, de bank wordt naar achteren geschoven, de dressoirkast bij het raam wordt verplaatst naar de keuken en het vloerkleed wordt verwijderd. De telefoon wordt in de woonkamer gezet op de dressoir kast, zodat dhr. enkel hoeft te reiken naar de telefoon vanuit de stoel. Wegens beperkt inzicht bij dhr. helpt echtgenote hem herinneren aan tijdige toiletgang en wijst hem op gebruik van rollator en het rustig lopen. 

Multidisciplinaire samenwerking
Een geïntegreerde multidisciplinaire interventie is het meest effectief bij mensen met cognitieve problemen (Ergotherapierichtlijn valpreventie, 2016). Naast de ergotherapeut is ook de arts en fysiotherapeut betrokken. De fysiotherapeut focust zich daarom op balans en verbeteren van spierkracht en conditie wat van essentieel belang is. Angst bij echtgenote maakt dat dhr. en mw. B. niet meer buiten wandelen. Beide zouden dit graag weer doen. Voorlichting rondom vallen en mw. B. betrekken bij de behandelingen heeft angst weggenomen. De arts heeft de medicatie gecheckt en hier enkele aanpassingen in gedaan en blijft dit monitoren. Door deze multidisciplinaire aanpak is het valrisico bij dhr. aanzienlijk verminderd, angst bij echtgenote afgenomen en zijn buitenactiviteiten en sociale contacten toegenomen. Hiermee is de kwaliteit van leven zowel bij dhr. als mw. B. verbetert.

Heb je zelf ook een cliënt die met regelmaat valt? Start een behandelingstraject en betrek andere disciplines om samen het valrisico van de cliënt te verkleinen. Raadpleeg de Ergotherapierichtlijn Valpreventie en bekijk de besproken tools: Valrisicotest & Valanalyse en FES-I. De HAP en HOME-FAST vind je als bijlage in de Ergotherapierichtlijn Valpreventie.

Afsluiter!
Ter afsluiting hebben we nog wat handigheidjes:
Hier vind je een samenvatting van de ergotherapeutische richtlijn Valpreventie;

Hier vind je nog een infoclip over vallen en opstaan: https://www.aen-nijmegen.nl/wp-content/uploads/2020/05/Infoclip-Valpreventie-1.mp4

Veel succes. Heb je vragen of heb je een casus en kom je er niet helemaal uit? Stuur gerust een bericht naar aen-nijmegen@outlook.com, zodat we kunnen meedenken.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *